Gedowngraded naar een lagere klasse: zo werken de 30, 50 en 75 procent
In het kort
Een downgrade heeft een eigen bepaling: artikel 10 lid 2 van EU-verordening 261/2004. Daarin staat dat de maatschappij binnen zeven dagen 30, 50 of 75 procent van de ticketprijs van de passagier moet vergoeden, afhankelijk van de lengte van de vlucht. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat de grondslag de prijs is van precies de vlucht waarop de downgrade plaatsvond, niet de totale prijs van het ticket als dat meerdere trajecten omvat. Staat die prijs niet op het ticket, dan moet hij worden berekend naar de afstand van de trajecten, en de op het ticket vermelde belastingen en toeslagen worden afgetrokken, mits noch de verplichting om ze te betalen, noch hun bedrag afhangt van de klasse waarvoor het ticket is gekocht.
Door Airlate · Gepubliceerd · Bijgewerkt
Onze tool beoordeelt vertragingen, geannuleerde vluchten, instapweigering en gemiste aansluitingen volgens EU261, maar geen downgrade. Is je vlucht ook geannuleerd of fors vertraagd, of werd je instap geweigerd, dan kun je een paar vragen beantwoorden en een kosteloze beoordeling daarvan krijgen.

Wat de verordening zegt over een downgrade
Plaatst de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert je in een lagere klasse dan die waarvoor je een ticket kocht, dan moet zij volgens artikel 10 lid 2, binnen zeven dagen en op de wijzen genoemd in artikel 7 lid 3, 30 procent van je ticketprijs vergoeden bij alle vluchten van 1500 kilometer of minder, 50 procent bij alle vluchten binnen de Gemeenschap van meer dan 1500 kilometer en bij alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 kilometer, en 75 procent bij alle vluchten die niet onder de eerste twee onderdelen vallen. Vluchten tussen het Europese grondgebied van de lidstaten en de Franse overzeese departementen worden apart genoemd: ze zijn uitgezonderd van onderdeel b en vallen uitdrukkelijk onder onderdeel c.
Drie dingen zijn makkelijk te missen. Het percentage wordt berekend over de ticketprijs, niet over het prijsverschil tussen de klasse die je boekte en de klasse waarin je vloog, dus de vergoeding kan zowel hoger als lager uitvallen dan dat verschil. De verwijzing naar artikel 7 lid 3 betreft de betaalwijze: contant, per elektronische bankoverschrijving, bankoverschrijving of cheque, of, met schriftelijke instemming van de passagier, reisvouchers en/of andere diensten. Gaat het de andere kant op, wordt je dus in een hogere klasse geplaatst, dan mag de maatschappij volgens artikel 10 lid 1 geen toeslag in rekening brengen.
De forfaitaire bedragen van artikel 7 zijn iets anders. De verordening verbindt ze aan instapweigering (artikel 4 lid 3) en annulering (artikel 5 lid 1 onder c), en het Hof van Justitie heeft in het Sturgeon-arrest (gevoegde zaken C-402/07 en C-432/07) een vertraging van drie uur of meer bij aankomst gelijkgesteld met een annulering wat het recht op compensatie betreft. Artikel 10 lid 2 verwijst daarentegen alleen naar artikel 7 lid 3 voor de wijze van uitbetaling. Een downgrade is op zichzelf dus niet hetzelfde als een forfaitair bedrag in euro. Werd de vlucht bovendien geannuleerd of fors vertraagd, dan moet die vraag mogelijk apart worden beoordeeld. Volgens artikel 15 mogen de verplichtingen jegens passagiers niet worden beperkt of terzijde gesteld, bijvoorbeeld door een afwijkend of beperkend beding in het vervoerscontract.
Alleen een wijziging van cabineklasse, economy, business of eerste klasse, telt als downgrade. Volgens de richtsnoeren van de Commissie geldt het recht niet voor voordelen waarvoor je binnen dezelfde klasse extra hebt betaald, via een duurder tickettype of opties zoals een bepaalde stoel of maaltijden. Reis je in dezelfde klasse maar krijg je niet wat je hebt betaald, dan kun je in plaats daarvan recht hebben op vergoeding daarvan volgens de voorwaarden van de maatschappij of nationale wetgeving. Het is ook de klasse waarvoor je het ticket kocht die telt, niet een voordeel uit een frequent-flyerprogramma. Een ticket dat via zo'n programma is uitgegeven valt wel onder de verordening (artikel 3 lid 3).
De verordening geldt voor vluchten die vertrekken vanaf een luchthaven in de EU, en voor vluchten naar de EU vanuit een land buiten de EU als de uitvoerende maatschappij een maatschappij uit de EU is en je in het land van vertrek geen voordelen of compensatie en bijstand hebt gekregen (artikel 3 lid 1). Ze geldt in de EU en, via de EER-overeenkomst, ook in IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. Zwitserland past haar toe op grond van de luchtvaartovereenkomst tussen de EU en Zwitserland. Ze geldt niet voor wie gratis reist of tegen een verlaagd tarief dat niet voor het publiek beschikbaar is (artikel 3 lid 3).
In het kort: zo werken de 30, 50 en 75 procent
- 30 procent van de ticketprijs van de passagier bij alle vluchten van 1500 kilometer of minder (artikel 10 lid 2 onder a).
- 50 procent bij alle vluchten binnen de Gemeenschap van meer dan 1500 kilometer, met uitzondering van vluchten tussen het Europese grondgebied van de lidstaten en de Franse overzeese departementen, en bij alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 kilometer (artikel 10 lid 2 onder b).
- 75 procent bij alle vluchten die niet onder a of b vallen, met inbegrip van vluchten tussen het Europese grondgebied van de lidstaten en de Franse overzeese departementen (artikel 10 lid 2 onder c).
- De grondslag is de prijs van de vlucht waarop de downgrade plaatsvond, niet de totale prijs van het ticket (Hof van Justitie, C-255/15).
- Staat de prijs van het traject niet op het ticket: het deel van de ticketprijs dat overeenkomt met de afstand van het traject gedeeld door de totale afstand die de passagier mag afleggen.
- Op het ticket vermelde belastingen en toeslagen worden afgetrokken, mits noch de verplichting om ze te betalen, noch hun bedrag afhangt van de geboekte klasse.
- De vergoeding moet volgens artikel 10 lid 2 binnen zeven dagen worden betaald, op de wijzen genoemd in artikel 7 lid 3; een reisvoucher vereist je schriftelijke instemming.
- Een downgrade is een wijziging naar een lagere cabineklasse dan waarvoor het ticket is gekocht, niet opties zoals stoel of maaltijden binnen dezelfde klasse en niet voordelen via een frequent-flyerprogramma (richtsnoeren van de Commissie 2024).
Het Mennens-arrest: het traject, niet het hele ticket
Bij een ticket met meerdere vluchten draait het om de vraag over welke prijs het percentage wordt berekend. Het Hof van Justitie besliste die vraag op 22 juni 2016 in zaak C-255/15, Steef Mennens tegen Emirates Airlines Direktion für Deutschland, na drie prejudiciële vragen van het Amtsgericht Düsseldorf in Duitsland.
Het eerste punt van het dictum: de prijs die moet worden meegenomen bij de berekening van de vergoeding bij downgrade van een passagier op een vlucht is de prijs van de vlucht waarop hij is gedowngraded. In de overwegingen (punt 29) benadrukt het Hof dat het dus niet de totale prijs is van het vervoer waarop het ticket recht geeft.
Is de prijs van de afzonderlijke vlucht niet op het ticket vermeld, dan moet volgens het arrest worden uitgegaan van het deel van de ticketprijs dat overeenkomt met het quotiënt van de afstand van het betrokken traject en de totale afstand die de passagier mag afleggen. Het is dus een verdeling naar afstand, niet een gelijke verdeling naar het aantal trajecten en niet een schatting naar wat elk traject lijkt waard te zijn.
Voorbeeld: businessticket over drie vluchten, economy op één ervan
Het voorbeeld is fictief. Je hebt een ticket in de businessklasse dat drie vluchten omvat, bijvoorbeeld vanaf Amsterdam, en je wordt op één ervan in economy geplaatst. Het ticket toont een totaalprijs maar geen prijs per vlucht. Het traject waarop de downgrade plaatsvond, vormt ongeveer een vijfde van de totale afstand.
De grondslag wordt dan berekend uit het aandeel van dat traject in de totale afstand, dus ongeveer een vijfde van de ticketprijs en niet de hele ticketprijs, nadat de van de klasse onafhankelijke belastingen en toeslagen zijn afgetrokken. Op die grondslag wordt het percentage uit artikel 10 lid 2 toegepast dat volgt uit de lengte van precies die vlucht.
De trajecten waarop je reisde in de klasse die je had geboekt, geven geen eigen grondslag. Hun afstand maakt wel deel uit van de totale afstand waarvan de verdeling uitgaat, en bepaalt dus hoe groot het aandeel wordt.
Belastingen en toeslagen worden afgetrokken, maar alleen sommige
Volgens het tweede punt van het dictum bestaat de ticketprijs die in aanmerking moet worden genomen alleen uit de prijs van de vlucht zelf, met uitzondering van de op het ticket vermelde belastingen en toeslagen. Het Hof verbond daar een voorwaarde aan: de uitzondering geldt mits noch de grondslag voor de verschuldigdheid van de belastingen en toeslagen, noch hun bedrag afhangt van de klasse waarvoor het ticket is gekocht.
In de praktijk betekent dit dat een post die niet van de klasse afhangt de grondslag niet mag opblazen, terwijl een belasting of toeslag die juist van de geboekte klasse afhangt volgens het arrest niet wordt afgetrokken. Een prijsspecificatie waarin belastingen en toeslagen zijn uitgesplitst is daarom nuttig, net als nagaan welke posten daadwerkelijk van de klasse afhangen.
Goed om te weten bij het bepalen van de grondslag
Bewijs van de geboekte klasse
Nuttig zijn de boekingsbevestiging met de geboekte klasse, de omboekingsmail of sms waarin de wijziging staat en de instapkaart voor de betreffende vlucht.
De prijsspecificatie
Het is de moeite waard na te gaan of het ticket een eigen prijs vermeldt voor de vlucht waarop de downgrade plaatsvond: dan wordt die prijs gebruikt. Handig is ook een specificatie van de ticketprijs waarin belastingen en toeslagen zijn uitgesplitst, zodat je ziet welke posten van de klasse afhangen.
Verdelen naar afstand als het ticket geen deelprijs heeft
Het aandeel van het traject in de totale afstand wordt toegepast op de ticketprijs. Bij een vordering is het nuttig de afstanden en de rekenwijze te vermelden, zodat de maatschappij de berekening kan volgen.
Vorm van de vordering en reisvoucher
Een vordering kan worden gebaseerd op artikel 10 lid 2 en op de berekeningsgrondslag. Artikel 7 lid 3 vereist je schriftelijke instemming voor een voucher; zonder die instemming blijven de overige betaalwijzen over.
Nieuwe regels vanaf 23 oktober 2027: ze gelden nog niet
Verordening (EU) 2026/2202, die Verordening 261/2004 wijzigt, is op 2 oktober 2026 in het Publicatieblad van de EU gepubliceerd en is van toepassing met ingang van 23 oktober 2027 (artikel 3). Dan wordt artikel 10 vervangen: de maatschappij moet binnen 14 kalenderdagen na de downgrade automatisch ten minste 30, 50 of 75 procent van de vluchtprijs terugbetalen, en de berekeningswijze uit het Mennens-arrest, het afstandsaandeel wanneer de vluchtprijs niet op het ticket staat en de uitzondering voor klasse-onafhankelijke belastingen en toeslagen, wordt in de verordening zelf opgenomen. Het nieuwe artikel geldt niet voor nevendiensten, zoals een bijzondere stoel of catering, die los van de passagiersklasse worden verkocht.
Tot die tijd gelden de hierboven beschreven regels, met zeven dagen voor de betaling.
Veelgestelde vragen over een downgrade
Artikel 10 lid 2 is niet geschreven als een verschil. Het noemt een percentage, 30, 50 of 75 procent, van de ticketprijs van de passagier voor de betreffende vlucht. Het prijsverschil tussen de klassen kan zowel hoger als lager zijn dan het bedrag uit de bepaling en is dus niet de maat die de verordening gebruikt.
Nee. Het Hof van Justitie bepaalde in zaak C-255/15 dat de prijs van de vlucht waarop de downgrade plaatsvond wordt meegenomen, niet de totale ticketprijs. Staat de deelprijs niet op het ticket, dan wordt de ticketprijs verdeeld naar de afstand van dat traject gedeeld door de totale afstand die je mag afleggen, zodat de afstanden van de andere trajecten in dat quotiënt zitten.
Het zijn twee afzonderlijke bepalingen. De verordening verbindt de forfaitaire bedragen van artikel 7 aan instapweigering en annulering, en volgens de rechtspraak van het Hof ook aan een vertraging van drie uur of meer bij aankomst, terwijl artikel 10 lid 2 de downgrade regelt en voor de betaalwijze naar artikel 7 lid 3 verwijst. De richtsnoeren van de Commissie gaan ervan uit dat artikel 10 ook geldt wanneer een passagier na een annulering of instapweigering naar een lagere klasse wordt omgeboekt. Betekende de verstoring ook dat een vlucht werd geannuleerd of fors vertraagd, dan wordt dat deel apart beoordeeld; de downgrade op zich beslist die vraag niet.
Artikel 7 lid 3, waarnaar artikel 10 lid 2 verwijst, noemt betaling in contanten, per elektronische bankoverschrijving, bankoverschrijving of cheque als uitgangspunt. Reisvouchers en/of andere diensten vereisen de schriftelijke instemming van de passagier. Geef je die niet, dan blijven de overige betaalwijzen over.
Onze tool beoordeelt vertragingen, geannuleerde vluchten, instapweigering en gemiste aansluitingen volgens EU261, maar geen downgrade. Is je vlucht ook geannuleerd of fors vertraagd, of werd je instap geweigerd, dan kun je een paar vragen beantwoorden en een kosteloze beoordeling daarvan krijgen.
Bronnen
- Arrest in zaak C-255/15, Steef Mennens tegen Emirates Airlines Direktion für Deutschland (22 juni 2016) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-01
- Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004, artikelen 3, 7, 10, 4 lid 3, 5 lid 1 onder c en 15 · EUR-Lex · Verordening · geraadpleegd 2026-10-01
- Mededeling van de Commissie: interpretatieve richtsnoeren voor Verordening (EG) nr. 261/2004 (C/2024/5687, PB C, 25.9.2024) · EUR-Lex / Europese Commissie · Toezichthouder · geraadpleegd 2026-10-06
- Verordening (EU) 2026/2202 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (PB L, 2.10.2026) · EUR-Lex (Publicatieblad van de Europese Unie) · Verordening · geraadpleegd 2026-10-06
