Wordt handbagage gratis? Dit staat in de nieuwe verordening
In het kort
Gedeeltelijk. Vanaf 23 oktober 2027 moeten luchtvaartmaatschappijen je een persoonlijk voorwerp zonder extra kosten mee de cabine in laten nemen, dus iets van hooguit 40 × 30 × 15 centimeter of dat onder de stoel voor je past. Een grotere cabinekoffer maakt de verordening niet gratis. Die moet worden toegestaan voor zover er plaats is in de cabine, en de prijs inclusief handbagage moet standaard worden getoond, maar tickets zonder handbagage mogen nog steeds worden verkocht aan wie er zelf voor kiest.
De regels staan in een nieuw artikel 11a van de EU-verordening over de rechten van luchtreizigers, ingevoegd bij Verordening (EU) 2026/2202. Ze gelden nog niet. Al in 2014 liet het Hof van Justitie in de overwegingen van een arrest over ingecheckte bagage weten dat handbagage in beginsel niet extra mag kosten als die aan redelijke eisen voor gewicht en afmetingen voldoet, maar niet welke afmetingen redelijk zijn. Of een maatschappij nu extra mag rekenen voor een grotere cabinekoffer, heeft het Hof niet beslist. Daarover hieronder meer.
Door Airlate · Gepubliceerd · Bijgewerkt
Is een vlucht vertraagd of geannuleerd? Check kosteloos of je volgens de huidige regels recht kunt hebben op compensatie.
| Wat de tekst zegt (samenvatting) | Wat het betekent |
|---|---|
| De luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, laat passagiers een persoonlijk voorwerp zonder extra kosten mee de cabine in nemen. | Het persoonlijke voorwerp mag mee de cabine in, en de maatschappij mag er geen extra geld voor vragen. |
| De luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, laat passagiers een handbagagestuk mee de cabine in nemen, mits er plaats is in de cabine van het luchtvaartuig. | Een handbagagestuk moet worden toegestaan, maar alleen voor zover er plaats is in de cabine. Er staat niets over dat het zonder kosten moet zijn. |
| Wanneer vliegtarieven worden aangeboden of bekendgemaakt, wordt het tarief inclusief handbagage standaard getoond, voordat het boekingsproces begint. | De prijs die standaard wordt getoond, voordat de boeking begint, moet de prijs zijn inclusief handbagage. |
| Deze bepaling belet luchtvaartmaatschappijen of bemiddelaars niet om andere prijsopties aan te bieden aan passagiers die er vrijwillig voor kiezen zonder handbagage te reizen. | Maatschappijen en bemiddelaars, zoals reisbureaus, mogen andere tickettypes blijven verkopen aan wie vrijwillig zonder handbagage reist. |
Wat is een persoonlijk voorwerp?
De verordening definieert dit in artikel 2 onder ah (in de Engelse versie: personal article): bagage die niet wordt ingecheckt, aan de veiligheidseisen voldoet en ofwel hooguit 40 × 30 × 15 centimeter meet, ofwel onder de stoel voor de passagier kan worden bewaard. De definitie noemt geen gewicht.
De definitie geeft dus twee mogelijkheden, maar zegt niet of de passagier of de maatschappij kiest welke van de twee geldt. Of een tas die onder de stoel past maar groter is dan 40 × 30 × 15 centimeter altijd moet worden geaccepteerd, blijkt dus niet uit de tekst.
De overwegingen van de verordening, de genummerde motiveringen aan het begin, geven een beeld van waar het om gaat. Overweging 42 noemt als voorbeelden van voorwerpen die nodig zijn voor de hele reis een paspoort en andere reisdocumenten, noodzakelijke geneesmiddelen, persoonlijke uitrusting en leesmateriaal, en eten en drinken in verhouding tot de duur van de vlucht.
Handbagage: toegestaan voor zover er plaats is, maar de verordening maakt het niet gratis
Handbagage is volgens artikel 2 onder ai bagage die niet wordt ingecheckt, geen persoonlijk voorwerp is en aan de veiligheidseisen voldoet. De definitie noemt geen afmetingen.
Het verschil met het persoonlijke voorwerp zit in de woordkeuze. Bij het persoonlijke voorwerp staat dat het zonder extra kosten is. Bij handbagage staat in plaats daarvan dat er plaats moet zijn in de cabine van het luchtvaartuig, en over de kosten staat niets.
De overwegingen wijzen dezelfde kant op. Overweging 43 zegt dat maatschappijen en bemiddelaars tickets zonder handbagage moeten kunnen blijven aanbieden, en dat de regel over prijsweergave bedoeld is om het voor passagiers makkelijker te maken prijzen inclusief handbagage te vergelijken. De overweging noemt tussen haakjes een trolley als voorbeeld van handbagage. Volgens overweging 45 moeten maatschappijen, onverminderd het beginsel van vrije prijsstelling, een redelijk beleid hebben voor de toegestane afmetingen van handbagage. Of uniforme minimumregels voor handbagage mogelijk zijn, moet volgens dezelfde overweging worden beoordeeld bij de herziening van Verordening 1008/2008.
Wat geldt er nu?
De vraag over handbagage is niet nieuw voor het Hof van Justitie. Zaak C-487/12 (Vueling, 18 september 2014) ging over ingecheckte bagage, maar in de overwegingen voegde het Hof, om een volledig antwoord te geven, toe dat bagage die niet wordt ingecheckt, dus handbagage, in beginsel moet worden beschouwd als een onmisbaar element van het passagiersvervoer en daarom niet aan een toeslag mag worden onderworpen, mits zij aan redelijke eisen voor gewicht en afmetingen en aan de geldende veiligheidsvoorschriften voldoet (punt 40). Die uitspraak maakt geen deel uit van het dictum zelf, dat de vrije prijsstelling van artikel 22 lid 1 van Verordening 1008/2008 uitlegt voor ingecheckte bagage. Welke afmetingen redelijk zijn, zei het Hof niet.
De Europese Commissie leest het arrest zo dat handbagage die verder gaat dan zulke redelijke eisen onder de vrije prijsstelling van de maatschappijen valt. In oktober 2025 startte de Commissie een inbreukprocedure tegen Spanje, waarvan de wet niet toestaat dat maatschappijen extra rekenen voor handbagage en dat sanctiebesluiten heeft genomen tegen vijf maatschappijen wegens kosten voor extra handbagage. Waar de grens van redelijke eisen ligt, en dus of een maatschappij nu mag rekenen voor een grotere cabinekoffer, heeft het Hof niet beslist.
In de Engelse taalversie gebruikt overweging 42 van de nieuwe verordening over het persoonlijke voorwerp dezelfde uitdrukking als het arrest, „a necessary aspect of the carriage of passengers”. Dat wijst erop dat de gedachte dat wat nodig is voor de reis in de prijs hoort, niet nieuw is. Nieuw in artikel 11a is dat het verbod nu uitdrukkelijk in de wettekst staat, met een genoemde grootte: voor een persoonlijk voorwerp van hooguit 40 × 30 × 15 centimeter, of dat onder de stoel voor je past, mag de maatschappij geen extra kosten rekenen.
Hoe het arrest moet worden begrepen voor een grotere cabinekoffer, nu en vanaf 23 oktober 2027, daarover zegt de verordening niets.
Als de tas toch in het ruim belandt
Vanaf 23 oktober 2027 geldt het volgende. Als bijzondere redenen, bijvoorbeeld veiligheid, ruimte of een wijziging van het vliegtuigtype sinds de boeking, ertoe leiden dat het persoonlijke voorwerp of de handbagage niet mee de cabine in kan, mag de maatschappij bij het inchecken of bij de gate eisen dat het in plaats daarvan in het ruim wordt vervoerd, maar zonder extra kosten voor de passagier (artikel 11a lid 2).
De regel geldt voor het persoonlijke voorwerp en voor de handbagage die volgens artikel 11a lid 1 moet worden toegestaan. Of hij ook geldt voor een tas die groter is dan de door de maatschappij toegestane afmetingen voor handbagage, zegt de verordening niet uitdrukkelijk. Overweging 45, volgens welke maatschappijen een redelijk beleid voor de afmetingen van handbagage moeten hebben, pleit daartegen.
Het artikel verandert ook niets aan de veiligheidsregels voor wat mee de cabine in mag. De EU-regels en internationale regels die niet-ingecheckte bagage beperken, blijven gelden zoals voorheen (artikel 11a lid 3).
Afmetingen, gewicht en kosten moeten bij de boeking duidelijk staan
Dezelfde verordening wijzigt ook Verordening 2027/97 over de aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen. Daarin komt vanaf dezelfde datum een nieuw artikel 6b: bij de verkoop van vluchten naar, van of binnen de EU moeten maatschappijen en bemiddelaars duidelijk aangeven hoe groot en zwaar de bagage is die voor de betreffende prijs in de cabine en in het ruim is inbegrepen, eventuele beperkingen in het aantal stuks, eventuele extra kosten voor zowel ingecheckte als niet-ingecheckte bagage, en welke redenen ertoe kunnen leiden dat bagage niet mee de cabine in mag.
Dat de verordening rekening houdt met mogelijke extra kosten voor niet-ingecheckte bagage, wijst er ook op dat zij de cabinekoffer niet gratis maakt.
Dit geldt vanaf 23 oktober 2027
- Persoonlijk voorwerp in de cabine zonder extra kosten (artikel 11a lid 1).
- Persoonlijk voorwerp (in de verordening personal article) = hooguit 40 × 30 × 15 cm of past onder de stoel voor je en voldoet aan de veiligheidseisen (artikel 2 onder ah).
- Handbagage moet worden toegestaan voor zover er plaats is in de cabine, maar de verordening maakt het niet gratis (artikel 11a lid 1).
- De prijs inclusief handbagage wordt standaard getoond voordat de boeking begint (artikel 11a lid 1).
- Tickets voor wie vrijwillig zonder handbagage reist, mogen nog steeds worden aangeboden (artikel 11a lid 1).
- Moet het persoonlijke voorwerp of de handbagage die moet worden toegestaan, om redenen van veiligheid of ruimte naar het ruim, dan kost dat niets extra (artikel 11a lid 2).
Veelgestelde vragen over handbagage en de nieuwe regels
Nee. Verordening (EU) 2026/2202 is van toepassing vanaf 23 oktober 2027 (artikel 3). Er bestaat nu al een uitspraak van het Hof van Justitie in de overwegingen van zaak C-487/12 (Vueling, punt 40): handbagage mag in beginsel niet aan een toeslag worden onderworpen als die aan redelijke eisen voor gewicht en afmetingen en aan de geldende veiligheidsvoorschriften voldoet. De uitspraak maakt geen deel uit van het dictum, dat over ingecheckte bagage ging, en het Hof zei niet welke afmetingen redelijk zijn. De Europese Commissie meent dat handbagage die verder gaat dan redelijke eisen onder de vrije prijsstelling van de maatschappijen valt.
De verordening verbiedt dat niet uitdrukkelijk. Zij eist dat maatschappijen een handbagagestuk toestaan voor zover er plaats is en dat de prijs inclusief handbagage standaard wordt getoond, maar staat tegelijk aanbiedingen toe aan wie vrijwillig zonder handbagage reist. Hoe dat zich verhoudt tot de uitspraak van het Hof over handbagage uit 2014, zegt de verordening niet, en hoe de bepaling precies moet worden begrepen, zal misschien uiteindelijk door een rechter moeten worden beslist.
Vanaf 23 oktober 2027 geldt dat als veiligheid, ruimte of een wijziging van het vliegtuigtype ertoe leidt dat je persoonlijke voorwerp of handbagage niet mee de cabine in kan, de maatschappij mag eisen dat het in het ruim wordt vervoerd, maar zonder extra kosten voor jou (artikel 11a lid 2). Tot die tijd bestaat zo'n regel niet in de EU-verordening over de rechten van luchtreizigers. Of de regel ook geldt voor een tas die groter is dan de door de maatschappij toegestane afmetingen voor handbagage, zegt de verordening niet uitdrukkelijk.
Vanaf 23 oktober 2027 geldt artikel 11a voor de vluchten die onder de EU-verordening over de rechten van luchtreizigers vallen. Volgens artikel 3 lid 1 van Verordening 261/2004 in de nieuwe tekst zijn dat vertrekken vanaf een luchthaven in een EU-land, en vluchten vanuit een land buiten de EU naar een EU-land met een maatschappij uit de EU, als de passagier niet dezelfde voordelen, compensatie en bijstand heeft gekregen in het land van vertrek. Via de EER-overeenkomst geldt de verordening over de rechten van luchtreizigers ook in IJsland, Noorwegen en Liechtenstein, en op grond van de luchtvaartovereenkomst tussen de EU en Zwitserland ook voor vluchten van en naar Zwitserland. Daar gelden de wijzigingen pas nadat ze in die overeenkomsten zijn opgenomen.
Is een vlucht vertraagd of geannuleerd? Check kosteloos of je volgens de huidige regels recht kunt hebben op compensatie.
Bronnen
- Verordening (EU) 2026/2202 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (PB L, 2.10.2026) · EUR-Lex (Publicatieblad van de Europese Unie) · Verordening · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-487/12, Vueling Airlines SA tegen Instituto Galego de Consumo de la Xunta de Galicia (Vijfde kamer, 18 september 2014) · EUR-Lex / Hof van Justitie · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Inbreukprocedures van oktober: de belangrijkste besluiten (INF/25/2077, 8.10.2025) · Europese Commissie · Toezichthouder · geraadpleegd 2026-10-06
- Rechten van luchtreizigers · Uw Europa (Europese Commissie) · Toezichthouder · geraadpleegd 2026-10-06
