Hoe lang kun je compensatie aanvragen voor een vertraagde vlucht?
In het kort
De EU-verordening 261/2004 bevat geen eigen termijn voor compensatieclaims. In zaak C-139/11 (Cuadrench Moré) heeft het Hof van Justitie bepaald dat nationale verjaringsregels beslissen hoe lang je een vordering kunt instellen. In Nederland is onbeslist of twee jaar (artikel 8:1835 BW, een vervaltermijn voor vorderingen uit een overeenkomst van luchtvervoer) of vijf jaar (artikel 3:307 en 3:310 BW) geldt; wij vonden geen uitspraak die dit beslist, dus een vaste termijn kunnen we niet noemen. De tweejaarstermijn van het Verdrag van Montreal geldt niet voor deze compensatie. Dien je claim daarom zo snel mogelijk in bij de maatschappij en bewaar al je stukken.
Door Airlate · Gepubliceerd · Bijgewerkt
Vul de vluchtgegevens in, dan beoordelen we kosteloos of je vertraging of geannuleerde vlucht recht kan geven op compensatie. De check controleert niet hoe oud de vlucht is en ook niet of je al bij de maatschappij hebt geclaimd.

De EU-regels geven geen eigen termijn
Verordening (EG) nr. 261/2004 geeft je recht op compensatie bij langdurige vertraging, annulering en instapweigering, maar zegt niets over hoe lang je de tijd hebt om het geld te vorderen. De vraag kwam bij het Hof van Justitie terecht nadat een passagier van wie de vlucht van Shanghai naar Barcelona in december 2005 was geannuleerd, pas in februari 2009 een vordering tegen KLM had ingesteld, ruim drie jaar later.
De maatschappij voerde aan dat de vordering was verjaard na de tweejaarstermijn van de Verdragen van Warschau en Montreal. Daarin kreeg zij geen gelijk. In het arrest C-139/11 (Cuadrench Moré, 22 november 2012) oordeelde het Hof dat de termijnen voor het instellen van een vordering tot compensatie volgens de verordening worden bepaald door de verjaringsregels van elke lidstaat. De tweejaarstermijn van de verdragen geldt niet, omdat compensatie volgens verordening 261/2004 buiten hun toepassingsgebied valt.
Het Hof voegde eraan toe dat de nationale regels de EU-beginselen van doeltreffendheid en gelijkwaardigheid moeten respecteren. Verjaringsregels van een land mogen het uitoefenen van rechten uit het EU-recht dus niet buitensporig moeilijk maken, en ze mogen niet ongunstiger zijn dan de regels voor soortgelijke vorderingen naar nationaal recht.
Wat geldt er in Nederland?
In Nederland is de vraag onbeslist. Artikel 8:1835 BW bepaalt dat iedere vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer „vervalt” door verloop van twee jaren, te rekenen vanaf de dag na die van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het had moeten aankomen. Een vervaltermijn kan niet worden gestuit. De algemene bepalingen in artikel 3:307 en 3:310 BW kennen vijf jaar. Of artikel 8:1835 BW van toepassing is op vorderingen uit verordening 261/2004, is volgens onze bronnen niet beslist in een uitspraak die wij konden vinden, en ook niet welke van de termijnen in plaats daarvan geldt.
Het is daarom verstandig niet te wachten en voorzichtigheidshalve van de kortste termijn uit te gaan. Welk landsrecht van toepassing is, is bovendien niet altijd vanzelfsprekend. Tegenover een buitenlandse maatschappij kunnen de regels van een ander land gelden.
De ILT-Luchtvaartautoriteit (Inspectie Leefomgeving en Transport) behandelt geen individuele compensatieverzoeken. De passagier moet eerst bij de luchtvaartmaatschappij klagen of een claim indienen. Een schriftelijke claim bij de maatschappij is dus in elk geval de eerste stap, hoe de verjaringsvraag ook wordt beantwoord.
In het kort: termijnen voor vluchtcompensatie
- EU-verordening 261/2004 bevat geen eigen verjaringstermijn voor compensatieclaims.
- Hof van Justitie (C-139/11): de nationale verjaringsregels van het betrokken land beslissen hoe lang je de vordering kunt instellen.
- De tweejaarstermijn van de Verdragen van Montreal en Warschau geldt niet voor compensatie volgens 261/2004.
- Nederland: onbeslist of twee jaar (artikel 8:1835 BW, vervaltermijn) of vijf jaar (artikel 3:307 en 3:310 BW) geldt; wij vonden geen uitspraak die dit beslist.
- De ILT-Luchtvaartautoriteit behandelt geen individuele compensatieverzoeken; je moet eerst bij de maatschappij klagen of claimen.
- Verordening (EU) 2026/2202 voert een termijn van negen maanden in voor claims op compensatie volgens artikel 7, maar die gaat pas gelden vanaf 23 oktober 2027 (artikel 3).
Voorbeeld: de vertraging ligt tweeënhalf jaar terug
Je vloog in januari 2024 van Amsterdam naar Málaga en landde ruim vier uur te laat, maar nam nooit contact op met de maatschappij. Tweeënhalf jaar later hoor je over de EU-regels voor compensatie en vraag je je af of de trein is vertrokken.
Het korte antwoord: omdat in Nederland onbeslist is of twee of vijf jaar geldt, is niet zeker of de vordering nog kan worden ingesteld. Geldt de tweejaarstermijn van artikel 8:1835 BW, die loopt vanaf de dag na aankomst, dan kan die inmiddels zijn verstreken. Geldt de vijfjaarstermijn, dan is er nog ruimte. Welk landsrecht geldt, kan verschillen, en de omstandigheden van het geval spelen mee.
Heb je kort na de reis wel contact met de maatschappij gehad, dan ligt het anders. Zoek in dat geval de boekingsbevestiging, de instapkaart en de e-mails van en naar de maatschappij erbij.
De les voor een volgende vertraging: dien de claim snel in. Het bewijs wordt bovendien moeilijker naarmate de tijd verstrijkt, want gegevens over de vlucht en de oorzaak van de vertraging zijn dan lastiger te achterhalen.
Andere landen, andere termijnen
Omdat de verjaringstermijn door nationaal recht wordt bepaald, kan precies dezelfde vertraging in het ene land te vorderen zijn en in het andere zijn verjaard. Welk landsrecht geldt, kan van meerdere zaken afhangen, bijvoorbeeld waar de vordering wordt ingesteld en welk recht op de reis van toepassing is. Vlieg je met een buitenlandse maatschappij, of overweeg je de vordering in het buitenland in te stellen, ga er dan niet van uit dat de Nederlandse termijnen gelden. Het is verstandig de voorwaarden in het betrokken land na te gaan, of hulp te vragen, voordat je een oudere claim als verloren beschouwt en voordat je te lang wacht met een recente.
Nieuwe EU-regels vanaf 23 oktober 2027, maar ze gelden nog niet
Verordening (EU) 2026/2202, die verordening 261/2004 wijzigt, is op 2 oktober 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. Volgens het nieuwe artikel 7 lid 9 moet een verzoek om compensatie volgens artikel 7 worden ingediend binnen negen maanden vanaf de daadwerkelijke vertrekdatum op het ticket, en de maatschappij moet binnen 30 kalenderdagen betalen of uitleggen waarom zij niet betaalt.
De verordening gaat pas gelden vanaf 23 oktober 2027 (artikel 3). Tot die tijd geldt de huidige regeling: geen EU-termijn, maar nationale regels.
De verordening bevat geen overgangsbepaling. Ze zegt wanneer ze van toepassing wordt, maar niet hoe de termijn van negen maanden moet worden behandeld voor vluchten die vóór 23 oktober 2027 zijn uitgevoerd. Of de termijn zulke claims wel raakt, en zo ja hoe, is een open juridische vraag die nu niet zeker te beantwoorden is.
Goed om te weten: zo ga je met de termijnen om
- Verzamel de stukken direct: boekingsbevestiging, instapkaart, berichten van de maatschappij over de vertraging en bonnen van gemaakte kosten. Hoe ouder de zaak, hoe moeilijker te reconstrueren wat er is gebeurd.
- Een schriftelijke, gedateerde claim bij de maatschappij laat zien wanneer de zaak is aangekaart, en een kopie is handig om te bewaren.
- Heeft de maatschappij je claim afgewezen of reageert zij niet, bedenk dan dat de ILT-Luchtvaartautoriteit geen individuele compensatieverzoeken behandelt. Bewaar het antwoord van de maatschappij ongewijzigd.
- Gaat het om een buitenlandse maatschappij, of wil je de zaak niet zelf voeren, dan kunnen de rechter of een gemachtigde opties zijn. Ga dan na welke termijnen in het betrokken land gelden.
Veelgestelde vragen over termijnen
In Nederland is onbeslist of twee jaar (artikel 8:1835 BW, een vervaltermijn voor vorderingen uit een overeenkomst van luchtvervoer) of vijf jaar (artikel 3:307 en 3:310 BW) geldt. Wij vonden geen uitspraak die dit beslist, dus een vaste termijn kunnen we niet noemen. De verordening zelf noemt geen termijn, dus nationale regels beslissen.
Dat hangt ervan af. De EU-regels stellen geen tijdgrens, en in de zaak die het Hof van Justitie behandelde had de passagier meer dan drie jaar gewacht met het instellen van de vordering; daar golden Spaanse regels met een termijn van tien jaar. In Nederland is onbeslist of twee of vijf jaar geldt, dus bij een vlucht van langer dan twee jaar geleden is het onzeker of de vordering nog kan worden ingesteld. Welk landsrecht geldt kan verschillen, en in de praktijk speelt ook mee hoe goed je kunt aantonen wat er gebeurde.
Nee. Het Hof van Justitie oordeelde in C-139/11 dat compensatie volgens verordening 261/2004 buiten het toepassingsgebied van de Verdragen van Warschau en Montreal valt, en dat hun tweejaarstermijn daarom niet geldt voor zulke vorderingen. De tweejaarstermijn kan wel van belang zijn voor andere soorten vorderingen tegen maatschappijen, bijvoorbeeld schadevergoeding volgens de verdragen.
Op 23 oktober 2027. Dan wordt verordening (EU) 2026/2202 van toepassing (artikel 3), en volgens het nieuwe artikel 7 lid 9 moet een verzoek om compensatie volgens artikel 7 worden ingediend binnen negen maanden vanaf de daadwerkelijke vertrekdatum op het ticket. Tot die tijd bepalen nationale regels de termijn, zoals voorheen. Hoe de termijn doorwerkt op vluchten van vóór 23 oktober 2027, zegt de verordening niet uitdrukkelijk. Die vraag is open.
Wil je weten hoe het werkt?
We beoordelen kosteloos of je vlucht onder de verordening kan vallen. Dien je een claim in en ga je akkoord met de voorwaarden, dan behandelt Airlate de claim handmatig.
Vul de vluchtgegevens in, dan beoordelen we kosteloos of je vertraging of geannuleerde vlucht recht kan geven op compensatie. De check controleert niet hoe oud de vlucht is en ook niet of je al bij de maatschappij hebt geclaimd.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 8, artikel 8:1835 · Overheid.nl (Wetten.overheid.nl) · Andere officiële bron · geraadpleegd 2026-10-15
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikel 3:307 en 3:310 · Overheid.nl (Wetten.overheid.nl) · Andere officiële bron · geraadpleegd 2026-10-15
- Passagiersrechten luchtvaart · Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) · Toezichthouder · geraadpleegd 2026-10-15
- Arrest in zaak C-139/11, Joan Cuadrench Moré tegen Koninklijke Luchtvaart Maatschappij NV (Derde kamer, 22 november 2012) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de Europese Unie · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-07-04
- Persbericht nr. 150/12: Judgment in Case C-139/11 Cuadrench Moré v KLM (Engels) · Hof van Justitie van de EU (CURIA) · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-07-04
- Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad · EUR-Lex · Verordening · geraadpleegd 2026-07-04
- Verordening (EU) 2026/2202 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (PB L, 2.10.2026) · EUR-Lex (Publicatieblad van de Europese Unie) · Verordening · geraadpleegd 2026-10-05
