Nieuwe EU-regels voor vertraagde vluchten gelden vanaf 23 oktober 2027
In het kort
De nieuwe EU-regels voor vliegtuigpassagiers gelden vanaf 23 oktober 2027. Verordening (EU) 2026/2202, die EU-verordening 261/2004 wijzigt, is op 2 oktober 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU, maar is nog niet van toepassing: volgens artikel 3 wordt zij pas vanaf 23 oktober 2027 toegepast. Tot die tijd gelden de huidige regels onverkort.
De compensatiebedragen van 250, 400 en 600 euro blijven in de nieuwe tekst bestaan, en in hoofdzaak ook de drie-uursgrens. Nieuw zijn onder meer een termijn van negen maanden om compensatie aan te vragen, een lijst van wat als buitengewone omstandigheden geldt en dat een persoonlijk item van ten hoogste 40 × 30 × 15 centimeter, of dat onder de stoel past, in beginsel zonder extra kosten mee de cabine in mag.
Door Airlate · Gepubliceerd · Bijgewerkt
Is een vlucht vertraagd of geannuleerd? Check kosteloos of je recht kunt hebben op compensatie volgens de huidige regels.
Gepubliceerd, in werking en van toepassing: drie verschillende data
De verordening is gebaseerd op het gemeenschappelijke ontwerp dat het bemiddelingscomité op 15 juni 2026 heeft goedgekeurd. Zij is op 16 september 2026 ondertekend en op 2 oktober 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (PB).
De inwerkingtreding valt op de twintigste dag na publicatie, dus op 22 oktober 2026. Maar dat een verordening in werking is getreden, betekent niet dat zij wordt toegepast. Artikel 3 zegt uitdrukkelijk dat zij van toepassing is vanaf 23 oktober 2027. Pas dan gaan de nieuwe regels gelden tussen passagiers en luchtvaartmaatschappijen.
Tot en met 22 oktober 2027 geldt dus Verordening 261/2004 in de huidige tekst, samen met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU.
| Vraag | Wat de gewijzigde verordening zegt | Artikel |
|---|---|---|
| Compensatie bij vertraging | Wie de eindbestemming met meer dan drie uur vertraging bereikt, kan op verzoek compensatie krijgen | 6 lid 4 |
| Hoogte van de compensatie | 250 euro (tot 1500 km), 400 euro (binnen de EU boven 1500 km en overige reizen van 1500 tot 3500 km), 600 euro (overige reizen) | 7 lid 1 |
| Termijn om compensatie aan te vragen | Negen maanden vanaf de werkelijke vertrekdatum die op het ticket staat | 7 lid 9 |
| Antwoord van de luchtvaartmaatschappij | Direct een ontvangstbevestiging, daarna betaling of motivering binnen 30 kalenderdagen | 7 lid 9 |
| Informatie na de verstoring | Binnen 96 uur na afloop van de reis, wanneer er recht op compensatie kan bestaan | 7 lid 4 |
| Buitengewone omstandigheden | Niet-uitputtende lijst in een bijlage; de maatschappij draagt de bewijslast | 6c en de bijlage |
| Hotel bij buitengewone omstandigheden | Mag worden beperkt tot ten hoogste drie nachten, behalve voor passagiers met bijzondere behoeften (voor sommigen alleen als de maatschappij over de behoefte is geïnformeerd) | 9 lid 6 en 11 lid 10 |
| Persoonlijk item in de cabine | Zonder extra kosten | 11a lid 1 en 2 onder ah |
Dit blijft
Het recht op compensatie bij lange vertraging wordt nu in de verordening zelf opgenomen. Volgens artikel 6 lid 4 kunnen passagiers die hun eindbestemming met meer dan drie uur vertraging bereiken, compensatie vragen. Nu volgt de drie-uursgrens uit het arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaken Sturgeon (C-402/07 en C-432/07), waarnaar overweging 17 van de verordening uitdrukkelijk verwijst. Het arrest spreekt van drie uur of meer, terwijl de nieuwe tekst een vertraging van meer dan drie uur vereist: een marginaal verschil dat alleen telt voor wie precies drie uur te laat aankomt.
De compensatiebedragen in artikel 7 lid 1 zijn dezelfde als nu: 250 euro voor reizen van ten hoogste 1500 kilometer, 400 euro voor langere reizen binnen de EU en voor andere reizen tussen 1500 en 3500 kilometer, en 600 euro voor overige reizen.
Net als nu is 600 euro een maximum en geen belofte. Volgens het nieuwe artikel 7 lid 2 mag de maatschappij het hoogste bedrag halveren als de aankomst niet meer dan vier uur te laat is en de passagier een latere vlucht is aangeboden of met de oorspronkelijke reis vertraagd is aangekomen. En is de verstoring het gevolg van buitengewone omstandigheden die niet te vermijden waren, dan wordt helemaal geen compensatie betaald.
Gewijzigd vanaf 23 oktober 2027: wanneer de compensatie mag worden verlaagd
Vanaf 23 oktober 2027 geldt de halvering in artikel 7 lid 2 alleen voor het hoogste bedrag. Nu kunnen ook de lagere bedragen bij omboeking worden gehalveerd. En artikel 7 lid 3 voert een nieuwe verlaging in: vertrekt een omboeking na een geannuleerde vlucht meer dan een uur eerder dan de oorspronkelijke vlucht en neemt de passagier die vlucht, dan mag de compensatie met 50 procent worden verlaagd als het eerdere vertrek minder dan twee uur is, en met 25 procent als het twee uur of meer maar minder dan drie uur is.
Nieuw vanaf 23 oktober 2027: negen maanden om compensatie aan te vragen
Volgens artikel 7 lid 9 moet een verzoek om compensatie worden ingediend binnen negen maanden vanaf de werkelijke vertrekdatum die op het ticket staat. De luchtvaartmaatschappij moet direct bevestigen dat het verzoek is ontvangen en binnen 30 kalenderdagen ofwel betalen ofwel uitleggen waarom zij niet betaalt.
Beroept de maatschappij zich op een buitengewone omstandigheid, dan moet zij aangeven op welk punt van de bijlage zij zich baseert. Staat de gebeurtenis niet op de lijst, dan moet zij aangeven om welke gebeurtenis het gaat en waarom die als buitengewoon moet worden aangemerkt, en in beide gevallen uitleggen hoe is voldaan aan de voorwaarden van oorzakelijk verband en redelijke maatregelen.
Hetzelfde artikel bepaalt dat de luchtvaartmaatschappij bewijs van een geldige volmacht mag vragen als het verzoek door iemand anders namens de passagier wordt ingediend.
De huidige verordening kent geen eigen termijn. Hoe lang een vordering kan worden voortgezet, wordt bepaald door nationale verjaringsregels, volgens het arrest van het Hof van Justitie van de EU in zaak C-139/11 (Cuadrench Moré). In Nederland is niet beslist of voor een vordering op grond van artikel 7 een termijn van twee jaar (artikel 8:1835 BW) of van vijf jaar (artikel 3:307 BW) geldt. De nieuwe termijn in artikel 7 lid 9 geldt voor het verzoek aan de luchtvaartmaatschappij; de verordening zegt niets over hoeveel tijd de passagier daarna heeft om een vordering tot compensatie bij de rechter in te stellen.
Onduidelijk hoe de termijn doorwerkt op vluchten van vóór 23 oktober 2027
De verordening bevat geen overgangsbepaling. Zij zegt wanneer zij van toepassing wordt, maar niet hoe de termijn van negen maanden moet worden behandeld voor vluchten die vóór 23 oktober 2027 zijn uitgevoerd. Of de termijn dergelijke vorderingen in het geheel raakt, en zo ja hoe, is een open juridische vraag die vandaag niet zeker te beantwoorden is.
Wat wel gezegd kan worden, is dat een vlucht die wordt uitgevoerd en een verzoek dat wordt ingediend vóór 23 oktober 2027 onder de huidige regels vallen, omdat de nieuwe verordening pas dan van toepassing is. Hoe de vraag over de termijn ook wordt beslist, stukken zoals de boekingsbevestiging en berichten van de maatschappij zijn moeilijker te krijgen naarmate er meer tijd verstrijkt.
Buitengewone omstandigheden: een lijst vanaf 23 oktober 2027
De luchtvaartmaatschappij hoeft geen compensatie te betalen als de verstoring het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Wat als buitengewoon geldt, is tot nu toe ontstaan in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. De gewijzigde verordening krijgt een bijlage met een niet-uitputtende lijst van zulke omstandigheden (artikel 6c lid 1).
De lijst omvat onder meer weer en natuurrampen die onverenigbaar zijn met een veilige vlucht, oorlog, ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, storende passagiers, bepaalde medische noodgevallen, sabotage en terrorisme, verborgen fabricage- of constructiefouten die de fabrikant of een autoriteit heeft onthuld, sluitingen van het luchtruim en capaciteitsbeperkingen waar de maatschappij geen invloed op heeft, ongeplande sluiting van een luchthaven, schade aan het vliegtuig veroorzaakt door derden, dieren of vreemde voorwerpen en operationele tekortkomingen van essentiële dienstverleners op de luchthaven die de maatschappij niet kon beheersen.
Twee voorbehouden zijn belangrijk. Een gebeurtenis op de lijst is niet alleen genoeg: volgens artikel 6c lid 2 moet de luchtvaartmaatschappij zowel een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de gebeurtenis en de verstoring aantonen als dat de verstoring niet te voorkomen was ondanks alle redelijke maatregelen. Volgens overweging 5 moet de gebeurtenis bovendien aan elk onderdeel van de omschrijving op de lijst voldoen. En de lijst is niet uitputtend, dus een gebeurtenis die er niet op staat, wordt per geval beoordeeld.
Stakingen: dicht bij de grens die het Hof al heeft getrokken
De bijlage noemt twee soorten stakingen. Punt 3 onder g gaat over stakingen bij zogeheten essentiële dienstverleners, zoals de luchthavenbeheerder, verleners van luchtverkeersdiensten (bijvoorbeeld de luchtverkeersleiding) en grondafhandelaars die maatschappijen in de praktijk niet zelf kiezen, mits de staking buiten de feitelijke controle van de maatschappij of de groep ligt.
Punt 3 onder h gaat over stakingen bij de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Zulke stakingen gelden alleen als buitengewoon als ze hun oorsprong vinden in eisen die alleen door overheidsinstanties kunnen worden ingewilligd en die daarom buiten de feitelijke controle van de maatschappij of de groep liggen.
Dat ligt dicht bij de huidige rechtstoestand. In zaak C-28/20 (Airhelp tegen SAS, 23 maart 2021) oordeelde de grote kamer van het Hof van Justitie van de EU dat een staking van het eigen personeel van de maatschappij, uitgeroepen door een vakbond met inachtneming van het nationale recht (onder meer de regels over aankondiging), die ertoe strekt de eisen van het personeel te laten inwilligen en die wordt uitgevoerd door personeel dat voor de vlucht nodig is, geen buitengewone omstandigheid is. In hetzelfde arrest zei het Hof dat zo'n staking dat wel kan zijn als zij haar oorsprong vindt in eisen die alleen door de overheid kunnen worden ingewilligd (punt 45).
Het verschil is dat het Hof zei dat een dergelijke staking een buitengewone omstandigheid kan vormen, terwijl de bijlage bepaalt dat zij als zodanig moet worden aangemerkt. De bijlage rekent bovendien de groep waartoe de maatschappij behoort mee.
Een gewone staking van het eigen personeel van de maatschappij, bijvoorbeeld over loon of arbeidsvoorwaarden, staat dus niet op de lijst. Hoe rechters zulke stakingen na 23 oktober 2027 beoordelen, is nog niet getoetst.
Persoonlijk item in de cabine zonder extra kosten
Het nieuwe artikel 11a bepaalt dat luchtvaartmaatschappijen passagiers een persoonlijk item zonder extra kosten mee de cabine in moeten laten nemen. Volgens de definitie in artikel 2 is dat bagage die niet wordt ingecheckt, die aan de veiligheidseisen voldoet en die ofwel ten hoogste 40 × 30 × 15 centimeter is ofwel onder de stoel voor je past. Moet het om bijzondere redenen, zoals veiligheid of ruimte, toch in het ruim, dan moet dat zonder extra kosten gebeuren (artikel 11a lid 2).
Grotere handbagage, zoals een cabinekoffer, maakt de verordening daarentegen niet gratis. Luchtvaartmaatschappijen moeten die toestaan voor zover er plaats is in de cabine en voor het begin van de boeking standaard de prijs inclusief handbagage tonen, maar mogen tickets blijven aanbieden aan wie er vrijwillig voor kiest zonder handbagage te reizen.
Helemaal nieuw is de gedachte niet. Al in 2014 zei het Hof van Justitie van de EU, in de overwegingen van zaak C-487/12 (Vueling, punt 40), dat handbagage die aan redelijke eisen van gewicht en afmetingen en aan de geldende veiligheidseisen voldoet, in beginsel niet aan een prijstoeslag mag worden onderworpen. Het arrest ging over handbagage in het algemeen. Overweging 42 van de nieuwe verordening gebruikt, in de Engelse taalversie, de woorden van het arrest („a necessary aspect of the carriage of passengers”) voor het persoonlijke item. Wat erbij komt, is een uitdrukkelijk verbod in de wettekst, met een vermelde afmeting, voor juist het persoonlijke item.
Meer nieuws vanaf 23 oktober 2027
- Wie de heenvlucht niet heeft gevlogen, mag daarom niet worden geweigerd bij het instappen of op de terugreis binnen dezelfde overeenkomst een toeslag krijgen opgelegd (artikel 4 lid 5).
- Spelfouten in de naam moeten ten minste één keer gratis worden gecorrigeerd, als het verzoek uiterlijk 48 uur voor vertrek wordt gedaan (artikel 12a).
- Wie reist met een kind jonger dan 14 jaar binnen dezelfde vervoersovereenkomst, moet gratis de mogelijkheid krijgen naast het kind te zitten; zijn er geen aansluitende plaatsen, dan moet de maatschappij proberen te helpen (artikel 11 lid 4 en artikel 2 onder ab).
- Niemand mag worden geweigerd bij het instappen omdat hij of zij zelf een digitale instapkaart heeft uitgeprint, als de afdruk duidelijk en machineleesbaar is, en ook niet omdat geen extra toeslag is betaald voor het gebruik van de eigen afdruk (artikel 11b).
- Bij buitengewone omstandigheden mogen de hotelnachten worden beperkt tot drie, maar niet voor passagiers met bijzondere behoeften: bijvoorbeeld jonge kinderen en alleenreizende minderjarigen, en personen met een handicap of beperkte mobiliteit en zwangere vrouwen als de maatschappij over de behoefte is geïnformeerd (artikel 9 lid 6, artikel 11 lid 3 en 10).
De compensatiebedragen: nu en vanaf 23 oktober 2027
De tabel toont de huidige bedragen volgens Verordening 261/2004. Artikel 7 lid 1 van de gewijzigde verordening noemt dezelfde bedragen. Het bedrag kan in sommige gevallen worden gehalveerd en wordt niet betaald bij buitengewone omstandigheden die niet te vermijden waren.
| Vluchtafstand | Compensatiebedrag |
|---|---|
| Vluchten tot 1500 km | € 250 |
| 1500 km tot 3500 km (en langere vluchten binnen de EU) | € 400 |
| Vluchten van meer dan 3500 km | € 600 |
De bedragen gelden per passagier.
De luchtvaartmaatschappij mag het bedrag met 50% verlagen als zij je een andere vlucht aanbiedt waarmee je ten hoogste 2 uur (tot 1500 km), 3 uur (1500 tot 3500 km en langere vluchten binnen de EU) of 4 uur (overige vluchten van meer dan 3500 km) na de oorspronkelijke aankomsttijd aankomt (artikel 7, lid 2). Bij een vertraging op een vlucht van meer dan 3500 km van of naar een land buiten de EU kan het bedrag ook met 50% worden verlaagd als je ten minste drie, maar minder dan vier uur te laat aankomt (Hof van Justitie van de EU, Sturgeon e.a., punt 63).
Goed om nu te weten
De huidige regels zijn het uitgangspunt
Tot 23 oktober 2027 geldt Verordening 261/2004 zoals nu. Een vlucht en een verzoek die beide vóór die datum liggen, vallen onder die regels.
Stukken doen ertoe, welke regels er ook gelden
Boekingsbevestiging, instapkaart, berichten van de luchtvaartmaatschappij en bonnetjes voor uitgaven zijn nodig, welke regels er ook gelden.
Je geval laten checken
Het is kosteloos om te checken of een vertraagde of geannuleerde vlucht recht kan geven op compensatie.
Veelgestelde vragen over de nieuwe regels
Op 23 oktober 2027, volgens artikel 3 van Verordening (EU) 2026/2202. De verordening is op 2 oktober 2026 gepubliceerd en treedt op 22 oktober 2026 in werking, maar de regels worden pas vanaf 23 oktober 2027 toegepast.
De bedragen worden niet verlaagd. Artikel 7 lid 1 noemt dezelfde bedragen als nu: 250, 400 of 600 euro, afhankelijk van de lengte van de reis. Vanaf 23 oktober 2027 veranderen wel de regels over wanneer het bedrag mag worden verlaagd: de halvering geldt dan alleen voor het hoogste bedrag (artikel 7 lid 2), en er komt een nieuwe verlaging voor als een omboeking na een geannuleerde vlucht meer dan een uur eerder vertrekt dan de oorspronkelijke vlucht en de passagier die neemt (artikel 7 lid 3). Er wordt geen compensatie betaald als de verstoring het gevolg is van buitengewone omstandigheden die niet te vermijden waren.
Liggen zowel de vlucht als het verzoek vóór 23 oktober 2027, dan gelden de huidige regels, omdat de nieuwe verordening pas dan van toepassing is. De verordening zegt niet uitdrukkelijk hoe een verzoek voor een eerdere vlucht moet worden behandeld als het na die datum wordt ingediend, vooral niet ten aanzien van de termijn van negen maanden. Die vraag is open.
Dat hangt af van wie staakt en waarom. Een staking bij bijvoorbeeld de luchtverkeersleiding of de luchthavenbeheerder staat in de bijlage (punt 3 onder g). Een staking van het eigen personeel van de maatschappij staat er alleen in als zij haar oorsprong vindt in eisen die alleen door de overheid kunnen worden ingewilligd (punt 3 onder h), dicht bij de grens die het Hof van Justitie van de EU trok in zaak C-28/20.
Het persoonlijke item wel: ten hoogste 40 × 30 × 15 centimeter of klein genoeg om onder de stoel voor je te passen. Grotere handbagage moet worden toegestaan voor zover er plaats is, maar de verordening maakt die niet gratis.
Is een vlucht vertraagd of geannuleerd? Check kosteloos of je recht kunt hebben op compensatie volgens de huidige regels.
Bronnen
- Verordening (EU) 2026/2202 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (PB L, 2.10.2026) · EUR-Lex (Publicatieblad van de Europese Unie) · Verordening · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-28/20, Airhelp Ltd tegen Scandinavian Airlines System Denmark – Norway – Sweden (grote kamer, 23 maart 2021) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-05
- Arrest in de gevoegde zaken C-402/07 en C-432/07, Christopher Sturgeon e.a. tegen Condor Flugdienst GmbH en Stefan Böck en Cornelia Lepuschitz tegen Air France SA (vierde kamer, 19 november 2009) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-139/11, Joan Cuadrench Moré tegen Koninklijke Luchtvaart Maatschappij NV (derde kamer, 22 november 2012) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Burgerlijk Wetboek Boek 8, artikel 8:1835 (vervaltermijn van twee jaar bij luchtvervoer) · Wetten.nl (Overheid.nl) · Andere officiële bron · geraadpleegd 2026-10-15
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 3:307 en 3:310 (verjaring) · Wetten.nl (Overheid.nl) · Andere officiële bron · geraadpleegd 2026-10-15
- Arrest in zaak C-487/12, Vueling Airlines SA tegen Instituto Galego de Consumo de la Xunta de Galicia (vijfde kamer, 18 september 2014) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad · EUR-Lex · Verordening · geraadpleegd 2026-10-05
