Omboeking bij een geannuleerde vlucht: moet de maatschappij je omboeken naar een andere maatschappij?
In het kort
Wordt je vlucht geannuleerd, dan moet je volgens artikel 8 lid 1 van EU-verordening 261/2004 kunnen kiezen uit drie opties: terugbetaling, een andere vlucht naar je eindbestemming bij de eerste gelegenheid, of een andere vlucht op een later tijdstip dat jou schikt. De verordening is zo geschreven dat de keuze bij de passagier ligt: de maatschappij kan een optie voorstellen, maar de tekst geeft haar niet het recht om voor jou te kiezen.
Kies je een andere vlucht bij de eerste gelegenheid, dan heeft het Hof van Justitie van de EU gezegd dat een maatschappij die compensatie wil ontlopen met een beroep op buitengewone omstandigheden, niet zonder meer kan volstaan met haar eigen volgende vlucht als die pas de dag na de geplande aankomst aankomt: zij moet alle beschikbare middelen inzetten en onder meer andere directe of indirecte vluchten zoeken, eventueel uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen.
Door Airlate · Gepubliceerd · Bijgewerkt
Beantwoord een paar vragen over je geannuleerde vlucht en de omboeking die je werd aangeboden, dan beoordeelt Airlate kosteloos of je recht kunt hebben op compensatie.

Drie opties, en de tekst legt de keuze bij jou
Artikel 8 lid 1 begint met de keuze die aan de passagier wordt geboden uit drie opties. De eerste is terugbetaling binnen zeven dagen, overeenkomstig artikel 7 lid 3, van de volledige kosten van het ticket voor de delen van de reis die niet zijn afgelegd, en voor de delen die wel zijn afgelegd als de vlucht niet langer enig nut heeft in verband met je oorspronkelijke reisplan, in voorkomend geval met een terugvlucht naar het eerste vertrekpunt bij de eerste gelegenheid. De tweede is een andere vlucht naar de eindbestemming onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden bij de eerste gelegenheid. De derde is een andere vlucht naar de eindbestemming op een latere datum die de passagier schikt, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden en afhankelijk van beschikbare plaatsen. Maakt de vlucht deel uit van een pakketreis, dan geldt een uitzondering voor de terugbetaling (artikel 8 lid 2): kun je op grond van de pakketreisregels de prijs van het vliegticket terugkrijgen van de reisorganisator, dan kun je volgens het Hof van Justitie van de EU (C-163/18) in plaats daarvan niet de ticketprijs van de luchtvaartmaatschappij vorderen op grond van de verordening, ook niet als de organisator geen financiële middelen heeft. De uitzondering geldt alleen voor de terugbetaling.
Volgens de tekst kiest dus de passagier de weg. De plicht om de keuzes van artikel 8 aan te bieden ontstaat onder meer wanneer een vlucht wordt geannuleerd (artikel 5 lid 1 onder a) en wanneer een passagier tegen zijn wil het instappen wordt geweigerd (artikel 4 lid 3). Bij een lange vertraging bestaat een beperktere variant: bij een vertraging van ten minste vijf uur moet de maatschappij bijstand bieden volgens artikel 8 lid 1 onder a, dat wil zeggen het spoor van terugbetaling (artikel 6 lid 1 onder iii). Volgens de interpretatierichtsnoeren van de Commissie wordt de keuze volgens artikel 8 lid 1 als algemeen beginsel eenmaal gemaakt, mits je juiste informatie hebt gekregen over de beschikbare opties. Heb je dan ingestemd met terugbetaling, dan is de maatschappij in beginsel niet verplicht daarna ook een andere vlucht te regelen, maar een eventueel recht op compensatie op grond van artikel 7 kan blijven bestaan. Het is dus verstandig niet het eerste het beste aanbod aan te nemen zonder erover na te denken, zeker niet als je op tijd ergens moet zijn.
Wat „bij de eerste gelegenheid” van de luchtvaartmaatschappij vraagt
De vierde kamer van het Hof van Justitie van de EU nam op 11 juni 2020 stelling over het vereiste in zaak C-74/19, LE tegen Transportes Aéreos Portugueses SA. Het Hof legde de uitzondering van artikel 5 lid 3 uit: wil de maatschappij geen compensatie betalen met een beroep op buitengewone omstandigheden, dan moet zij ook alle redelijke maatregelen hebben genomen om de gevolgen voor de passagier te beperken. Bij die beoordeling ging het Hof uit van het vereiste van artikel 8 lid 1 van een redelijke en bevredigende omboeking bij de eerste gelegenheid voor passagiers van een geannuleerde of aanzienlijk vertraagde vlucht. De zaak zelf ging over een gemiste aansluiting na een vertraging.
Het Hof zei dat het in beginsel niet volstaat, voor een maatschappij die de compensatieplicht wil ontlopen, om de passagier om te boeken op haar eigen volgende vlucht als die pas de dag na de oorspronkelijk geplande aankomst aankomt. De maatschappij moet alle beschikbare middelen inzetten om een redelijke en bevredigende omboeking bij de eerste gelegenheid te waarborgen, onder meer door andere directe of indirecte vluchten te zoeken, eventueel uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen.
Volgens het dictum wordt zo'n omboeking op de eigen vlucht in beginsel alleen aanvaard in twee gevallen: als elke andere mogelijkheid van omboeking op een directe of indirecte vlucht, uitgevoerd door de maatschappij zelf of door een andere maatschappij, ontbrak waarmee de passagier met minder vertraging was aangekomen, of als een dergelijke omboeking voor de maatschappij onredelijke offers zou hebben betekend gelet op haar capaciteit op het relevante moment. Volstond de maatschappij met haar eigen volgende vlucht zonder verder te zoeken, dan is dat volgens het arrest geen redelijke maatregel die van de compensatieplicht bevrijdt. Al in C-354/18 had het Hof bovendien gezegd dat de maatschappij bij een concreet aanbod van een andere vlucht op grond van artikel 8 lid 1 onder b onder meer rekening moet houden met de aankomsttijd en met de vraag of de omboeking met een eigen vlucht kan of met een andere maatschappij moet gebeuren, als dat mogelijk is. Wordt de plaats door meerdere luchthavens bediend en word je omgeboekt naar een andere luchthaven dan die van de boeking, dan draagt de maatschappij volgens artikel 8 lid 3 ook de kosten van het vervoer vanaf daar naar de luchthaven van de boeking of naar een andere nabijgelegen bestemming die je samen overeenkomt.
De maatschappij moet over alle opties informeren en bewijzen dat de omboeking bij de eerste gelegenheid gebeurde
In zaak C-354/18, Rusu tegen Blue Air, beslist op 29 juli 2019 en over instapweigering, oordeelde het Hof dat de luchtvaartmaatschappij volledige informatie moet geven over alle mogelijkheden van artikel 8 lid 1. De passagier is niet verplicht die informatie zelf actief op te zoeken. De interpretatierichtsnoeren van de Commissie passen dezelfde informatieplicht toe bij een geannuleerde vlucht, en volgens artikel 5 lid 2 krijg je, wanneer je van de annulering op de hoogte wordt gesteld, informatie over eventueel alternatief vervoer.
Hetzelfde arrest legt de bewijslast dat de omboeking bij de eerste gelegenheid is gebeurd in de zin van artikel 8 lid 1 onder b bij de luchtvaartmaatschappij; dat deel van het arrest is algemeen geformuleerd voor artikel 8 lid 1 onder b. Je hoeft dus niet te bewijzen dat er een eerdere vlucht was: de maatschappij moet kunnen aantonen dat de omboeking bij de eerste gelegenheid is gedaan. Als je maar één vertrek kreeg voorgelegd, kan het nuttig zijn te vragen om een schriftelijk overzicht van de opties die zijn bekeken.
Kort overzicht: artikel 8 en omboeking
- Drie opties volgens artikel 8 lid 1: terugbetaling, een andere vlucht bij de eerste gelegenheid, of een andere vlucht op een later tijdstip dat de passagier schikt. De tekst legt de keuze bij de passagier.
- Terugbetaling volgens artikel 8 lid 1 onder a gebeurt binnen zeven dagen en omvat de delen van de reis die niet zijn afgelegd, en de delen die wel zijn afgelegd als de vlucht niet langer nut heeft voor het oorspronkelijke reisplan. Bij een pakketreis moet de terugbetaling in plaats daarvan worden gevraagd aan de reisorganisator, als de pakketreisregels je dat recht geven (artikel 8 lid 2, C-163/18).
- Een andere vlucht moet onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden worden aangeboden; op een later tijdstip bovendien afhankelijk van beschikbare plaatsen.
- Hof van Justitie van de EU (C-74/19): een eigen vlucht van de maatschappij die de dag na de geplande aankomst aankomt, is niet zonder meer een redelijke maatregel in de zin van artikel 5 lid 3; andere directe of indirecte vluchten, ook van andere maatschappijen, moeten worden gezocht.
- De bewijslast dat de omboeking bij de eerste gelegenheid is gebeurd in de zin van artikel 8 lid 1 onder b, rust op de maatschappij (C-354/18).
- Betekent de omboeking een vertrek ten minste de dag na het geplande vertrek, dan moet de maatschappij volgens artikel 5 lid 1 onder b hotel en vervoer daarheen aanbieden als een overnachting noodzakelijk wordt (artikel 9 lid 1 onder b en c).
- De keuze tussen de opties wordt volgens de interpretatierichtsnoeren van de Commissie als algemeen beginsel eenmaal gemaakt, als je juiste informatie over de opties hebt gekregen. Een eventueel recht op compensatie op grond van artikel 7 kan blijven bestaan.
Voorbeeld: eigen vertrek twee dagen later terwijl een andere maatschappij dezelfde avond vloog
Stel dat je vlucht van Amsterdam naar Lissabon op de dag van vertrek wordt geannuleerd. De maatschappij biedt een plaats aan op haar eigen vertrek twee dagen later en beroept zich op buitengewone omstandigheden. Dezelfde avond vliegt een andere maatschappij dezelfde route. Het voorbeeld is verzonnen om de beoordeling te laten zien en komt niet van een echte vlucht.
Volgens artikel 8 lid 1 onder b moet de omboeking bij de eerste gelegenheid gebeuren, en volgens C-74/19 moet de maatschappij alle beschikbare middelen inzetten en onder meer vluchten van andere maatschappijen zoeken. Het aanbod van twee dagen later moet dan te motiveren zijn: ontbrak elke andere omboekingsmogelijkheid waarmee je met minder vertraging was aangekomen, of zou een andere omboeking onredelijke offers hebben betekend gelet op de capaciteit van de maatschappij op dat moment? Kan de maatschappij dat niet aantonen, dan kun je recht hebben op compensatie, mits aan de overige voorwaarden van de verordening is voldaan. Tijdens het wachten kan bovendien het recht op verzorging gelden: betekent de omboeking een vertrek ten minste de dag na het geplande vertrek, dan moet de maatschappij volgens artikel 5 lid 1 onder b hotel en vervoer daarheen aanbieden als een overnachting noodzakelijk wordt.
Hoeveel de compensatie kan bedragen
Houdt het verweer van de maatschappij geen stand, dan kan compensatie volgens artikel 7 verschuldigd zijn, berekend op de afstand van de vlucht en niet op wat het ticket kostte. Wordt je een andere vlucht volgens artikel 8 aangeboden waarmee je de eindbestemming bereikt binnen twee uur (vluchten van maximaal 1500 km), drie uur (vluchten binnen de EU van meer dan 1500 km en andere vluchten van 1500 tot 3500 km) of vier uur (overige vluchten) na de oorspronkelijk geplande aankomsttijd, dan mag de maatschappij het bedrag volgens artikel 7 lid 2 met 50 procent verlagen.
| Vluchtafstand | Compensatiebedrag |
|---|---|
| Vluchten tot 1500 km | € 250 |
| 1500 km tot 3500 km (en langere vluchten binnen de EU) | € 400 |
| Vluchten van meer dan 3500 km | € 600 |
De bedragen gelden per passagier.
De luchtvaartmaatschappij mag het bedrag met 50% verlagen als zij je een andere vlucht aanbiedt waarmee je ten hoogste 2 uur (tot 1500 km), 3 uur (1500 tot 3500 km en langere vluchten binnen de EU) of 4 uur (overige vluchten van meer dan 3500 km) na de oorspronkelijke aankomsttijd aankomt (artikel 7, lid 2). Bij een vertraging op een vlucht van meer dan 3500 km van of naar een land buiten de EU kan het bedrag ook met 50% worden verlaagd als je ten minste drie, maar minder dan vier uur te laat aankomt (Hof van Justitie van de EU, Sturgeon e.a., punt 63).
Goed om te weten wanneer het aanbod te laat lijkt
- De maatschappij moet volledige informatie geven over alle opties van artikel 8 lid 1, dus over terugbetaling, een andere vlucht bij de eerste gelegenheid en een andere vlucht op een later tijdstip (C-354/18, over instapweigering; de interpretatierichtsnoeren van de Commissie passen dezelfde plicht toe bij een geannuleerde vlucht). Een schriftelijk antwoord maakt een latere beoordeling makkelijker.
- Schermafbeeldingen van vertrektijden van andere maatschappijen op de route op dezelfde dag, met tijd en beschikbaarheid, laten zien welke alternatieven er waren. Het zijn precies zulke alternatieven die de maatschappij volgens het arrest had moeten zoeken.
- Bij twijfel kan het nuttig zijn de maatschappij te vragen welke vluchten, ook van andere maatschappijen, zijn bekeken voordat zij tot haar aanbod kwam. Volgens C-354/18 houdt de maatschappij bij haar aanbod rekening met de vraag of de omboeking met een eigen vlucht kan of met een andere maatschappij moet gebeuren, en zij moet kunnen aantonen dat de omboeking bij de eerste gelegenheid is gebeurd.
- Bonnetjes voor de wachttijd doen ertoe: zorgt de maatschappij niet voor maaltijden, hotel of vervoer daarheen, dan kunnen de uitgaven volgens de interpretatierichtsnoeren van de Commissie achteraf worden vergoed, mits ze noodzakelijk, redelijk en passend waren.
Veelgestelde vragen over omboeking bij de eerste gelegenheid
Artikel 8 lid 1 is zo geschreven dat de passagier moet kunnen kiezen uit de drie opties. De maatschappij kan er een voorstellen, maar de tekst legt de keuze bij de passagier. Besluit de maatschappij eenzijdig terug te betalen zonder je de keuze tussen terugbetaling en omboeking aan te bieden, dan kun je volgens de interpretatierichtsnoeren van de Commissie recht hebben op een aanvullende terugbetaling van het prijsverschil met een nieuw ticket onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. Denk na voordat je antwoordt: volgens de richtsnoeren wordt de keuze als algemeen beginsel eenmaal gemaakt, als je juiste informatie over de opties hebt gekregen, en is de maatschappij daarna in beginsel niet verplicht de andere te regelen. Een eventueel recht op compensatie op grond van artikel 7 kan blijven bestaan.
Het Hof heeft geen absolute plicht geformuleerd om altijd een concurrent te gebruiken. Het zegt dat een maatschappij die compensatie wil ontlopen met een beroep op buitengewone omstandigheden alle beschikbare middelen moet inzetten en andere directe of indirecte vluchten moet zoeken, eventueel uitgevoerd door andere luchtvaartmaatschappijen, en dat de eigen vlucht die de dag na de geplande aankomst aankomt in beginsel alleen wordt aanvaard als elke andere omboekingsmogelijkheid met minder vertraging ontbrak of als een andere oplossing onredelijke offers voor de maatschappij zou hebben betekend gelet op haar capaciteit op het relevante moment.
De interpretatierichtsnoeren van de Commissie geven aan dat een maatschappij die haar verplichting om bij de eerste gelegenheid omboeking onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden aan te bieden niet nakomt, de door de passagier gemaakte kosten van een alternatieve vlucht naar de eindbestemming moet terugbetalen. Koop je zelf een ticket, dan kun je dus een vordering hebben op die uitgave. De richtsnoeren geven echter ook aan dat een maatschappij die kan aantonen dat zij contact met jou heeft opgenomen en je bijstand volgens artikel 8 wilde geven, maar dat je toch zelf een omboeking hebt geregeld, de extra kosten mag weigeren te vergoeden. Daarom is het verstandig de maatschappij eerst te informeren, het liefst schriftelijk te laten bevestigen dat niets eerder te regelen is, en de bonnetjes te bewaren.
Vanaf 23 oktober 2027 worden de regels gewijzigd door Verordening (EU) 2026/2202. Heb je de maatschappij dan laten weten dat je je reis wilt voortzetten en heeft de maatschappij niet binnen drie uur een omboeking onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden aangeboden, dan mag je zelf een omboeking regelen en de noodzakelijke, redelijke en passende kosten vergoed krijgen tot 400 procent van de ticketprijs. Tot die tijd geldt wat hierboven is beschreven.
Beantwoord een paar vragen over je geannuleerde vlucht en de omboeking die je werd aangeboden, dan beoordeelt Airlate kosteloos of je recht kunt hebben op compensatie.
Bronnen
- Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad, artikel 4 lid 3, artikel 5 lid 1 en 2, artikel 6 lid 1, artikel 7 lid 2, artikelen 8 en 9 · EUR-Lex · Verordening · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-74/19, LE tegen Transportes Aéreos Portugueses SA (vierde kamer, 11 juni 2020) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-354/18, Radu-Lucian Rusu en Oana-Maria Rusu tegen SC Blue Air – Airline Management Solutions Srl (achtste kamer, 29 juli 2019) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Arrest in zaak C-163/18, HQ e.a. tegen Aegean Airlines SA (derde kamer, 10 juli 2019) · EUR-Lex / Hof van Justitie van de EU · Rechtspraak · geraadpleegd 2026-10-06
- Mededeling van de Commissie: Interpretatierichtsnoeren voor Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad en voor Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (C/2024/5687, PB C, 25.9.2024) · EUR-Lex / Europese Commissie · Toezichthouder · geraadpleegd 2026-10-06
- Verordening (EU) 2026/2202 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad (PB L, 2.10.2026) · EUR-Lex (Publicatieblad van de Europese Unie) · Verordening · geraadpleegd 2026-10-06
